Transcriptie 1.2

Gespreksverslag inzake ontginning d.d. 11 oktober 1871

transcriptie 1.2 1

Voor Administrateur Grimm

Op gedane uitnoodiging verscheen heden Wessel Wisselink pachter der bouwhoeve Seesink. De Administrateur deelt hem op grond van het besluit der Hofkamer van 3 October 1871 Nr. 5471 mede, dat de in den laatsten tijd waargenomene staking in de ontginningen der boschperceelen en van woesten grond tegen over de vroeger door den pachter getoonde loffelijke vlijt moet bevreemden en dat men hem de bevordering van het ontginningswerk dringend moet aanbevelen, door dien de bouwhoeve Seesink tot nu toe met het oog op de lang bewezene ijver, door het wegruimen van hinderlijk hout, bijzonderlijk is begunstigd om aan de beoogde vergrooting en afronding der over den landbouw bestemde grondstukken voortgang te verschaffen en dat men niet gaarne deze perceelen weder terugnemen en het bosch aanleggen wilde, hetgeen in elk geval zou moeten geschieden wanneer niet op een spoedige voortgang der ontginningen zou kunnen worden gerekend. de pachter Wisseling antwoord

transcriptie 1.2 2

daarop “De Hofkamer beschuldigt mij geheel ten onregte; ik ben nog een even groote vriend van ontginningen als vroeger; in 1868 heb ik een geheele bunder ontgonnen waarmede ik een zwaar werk had door de oneffenheid van den grond, die overal moest verkast worden; ik ben er op gesteld, dat het werk dadelijk behoorlijk wordt gedaan; moet daaraan later weder worden verbeterd, dan is dit nadeelig voor den bewerkten grond; ook in 1869/70 heb ik mij met de ontginningen bezig gehouden, hoewel toen niet zoo veel door mij is afgewerkt; ik moet daarbij op merken dat de gecultiveerde gronden daarna steeds met de meeste zorg moeten worden behandeld, worden zij niet goed bemest, dan komt weder de heide te voorschijn en levert de grond niets op; het is daarom zelfs niet doelmatig te veel op eens te ontginnen, omdat men op den nieuw ontgonnen grond veel mest moet gebruiken, die men op de oude gronden met veel meer winst kan gebruiken, omdat de oogst van nieuwe gronden steeds veel geringer is als van oud bouwland

transcriptie 1.2 3

In de afgelopen winter konde geene nieuwe ontginningen voorgenomen worden, omdat eerst de harde vorst later het water, dat bijna geheel Varsseveld overstroomd had dit belette. Ik mag niet aangeroerd laten dat de prijs die aan de pachters voor de ontginning wordt toegelegd veel te gering is, zoodat meer dan een derde gedeelte der ontginningskosten den pachter ten laste vallen, daardoor wordt zakelijk de lust tot ontginningen niet bevordert. Verder wensch ik nog op eene zaak de aandacht te vestigen en wel op den met elzenhout bepoten grond, die tevens als weide wordt gebruikt; de ondervinding heeft geleerd, en leert nog jaarlijks, dat zoodanige grond, mits daarop niet te veel hout staat, zonder andere bemesting dan het blad van het elshout, meer en malscher was afgeleverd als nieuw ontgonnen en redelijk bemeste grond, mijne gevolgtrekking daaruit is niet, om de voor gras grond bestemde bosch gronden op die wijze te kultiveren, maar alleen om de zoogenaamde boschweiden in hunnen tegenwoordigen staat te laten

De Boschwachter Bruggink heeft mij Uwe nota gegeven naar waar de pacht mijnes bouwhoeve op f 700 over de 3 eerste bepaald; nu zie ik dat daaronder niet is begrepen het derde gedeelte van het g en h perceel van de hooiweide het Houw- en Rouwslag waarvoor buiten en behalve den pachtprijs f 80,- is aangerekend. Dit valt mij zeer tegen, de pacht is zoo hoog aangerekend, dat men ze niet kan opbrengen, Ik wensch echter pachter van Seesink te blijven en neem daarom de pacht aan met de vriendelijke bede, die ik overtuigd ben, dat ook zal worden ingewilligd, om de pacht bij de eerst volgende verpachtingen niet verder te verhoogen; ik kan verzekeren, dat de pacht nu zoohoog staat dat de pachter alle krachten moet inspannen om ze op te brengen.
W.Wisselink

Ik moet nog mededeelen dat het mij bijzonder veel genoegen doet, dat de perceelen Nr. 378h en 525a van de bouwhoeve worden teruggenomen; de grond is zoo slecht dat ik ze voor het landbouwbedrijf slecht met de grootste schade had kunnen gebruiken.
W.Wisselink